Er is uitgebreid genetisch onderzoek gedaan naar de afkomst van de precolumbiaanse bevolking in Amerika, en de conclusie van een migratie vanuit Siberië is zeer sterk en wordt breed ondersteund.
Dit is hoe genetisch onderzoek de theorie van de Siberische migratie bevestigt:
1. Mitochondriaal DNA (mtDNA) en Y-chromosoom DNA:
-
Haplogroepen: Onderzoekers hebben de haplogroepen (specifieke genetische mutaties die van generatie op generatie worden doorgegeven) van inheemse Amerikanen en Siberiërs vergeleken. De resultaten tonen een sterke genetische overeenkomst.
-
Specifieke Haplogroepen: Bepaalde haplogroepen, zoals A2, B2, C1 en D1, komen bijna uitsluitend voor bij inheemse Amerikaanse bevolkingsgroepen en inheemse volkeren in Siberië en Oost-Azië. Dit sterke genetische spoor levert onweerlegbaar bewijs voor een gemeenschappelijke voorouderlijke lijn.
-
Timing: De mutatiesnelheid van DNA maakt het mogelijk om de datum van de splitsing tussen populaties te schatten. De analyse van deze haplogroepen duidt erop dat de afsplitsing van de Siberische populatie zo'n 15.000 tot 20.000 jaar geleden heeft plaatsgevonden, wat overeenkomt met de geschatte tijd van de migratie over de Beringlandbrug.
2. Oude DNA-analyse:
-
Opgravingen: De analyse van DNA uit zeer oude skeletten en mummies in Amerika heeft het verhaal verder verfijnd. Het DNA van een 11.500 jaar oude baby uit Alaska, bijvoorbeeld, toonde een voorheen onbekende bevolkingsgroep aan die zich afscheidde van de hoofdlijn van de inheemse Amerikanen, de "Oude Beringiërs". Dit bewijst dat de migratie niet één simpele gebeurtenis was, maar een complex proces met verschillende takken.
-
Genetische vermenging: Oude DNA-analyse heeft ook aangetoond dat er een genetische vermenging plaatsvond tussen de Siberische voorouders en een oudere, uitgestorven populatie die verwant was aan Europeanen. Dit is te zien in een 24.000 jaar oud skelet uit Siberië dat zowel Oost-Aziatische als West-Europese genen vertoont, wat aantoont dat de voorouders van de inheemse Amerikanen een genetisch diverse bevolkingsgroep waren.
3. Meerdere migratiegolven:
-
Hoewel de 'eerste golf' via de Beringlandbrug het meest besproken is, toont recenter genetisch onderzoek aan dat er mogelijk meerdere migratiegolven hebben plaatsgevonden. Sommige haplogroepen suggereren bijvoorbeeld een latere, afzonderlijke migratie voor de voorouders van volkeren die Na-Dené-talen spreken (zoals de Navajo en de Apache).
De zekerheid van de theorie:
De theorie van een migratie vanuit Siberië over de Beringlandbrug wordt niet langer gezien als slechts een hypothese. Het is een fundamenteel onderdeel van de wetenschappelijke consensus, ondersteund door een combinatie van bewijs uit de genetica, archeologie, geologie en taalkunde. De reis vanuit Siberië wordt door de wetenschappelijke gemeenschap als een vaststaand feit beschouwd. De details van de reis (aantal golven, timing, specifieke routes) zijn nog steeds onderwerp van onderzoek, maar de algemene conclusie is onbetwist.
1 opmerking:
Informatie : Gemini, Google's AI assistant.
Een reactie posten